De Ronde van Vlaanderen is misschien wel de bekendste en meest iconische voorjaarsklassieker op de wielerkalender. Maar wat is het verhaal achter De Ronde? Hoe is hij ontstaan, en groot geworden? We duiken in de geschiedenis van de Ronde van Vlaanderen.
In 1913, op een moment dat Vlaanderen nog nauwelijks een stem had in sport of politiek, werd de eerste Ronde van Vlaanderen verreden. Absoluut geen groots evenement, niks van nationale trots. Het was eerder een voorzichtige poging om iets te creëren in de regio. En dat in een land waar wielrennen tot dan toe vooral Frans georiënteerd was. De Ronde begon zeker niet als monument. Dat moest ze langzaam worden.
Vlaanderen rond 1900: arbeid, armoede en beweging
Aan het begin van de twintigste eeuw was Vlaanderen overwegend arm. Landbouw, textiel en zware arbeid bepaalden het beeld van het dagelijks leven. Er werd hard gewerkt, geploeterd. Sport was geen luxe die men zich permitteerde; vrije tijd was schaars en geld nog schaarser. Maar er was wel beweging. Veel beweging. Arbeiders vervoerden zichzelf naar het werk, vaak met het meest betaalbare transportmiddel: de fiets.
De fiets was geen statussymbool, maar echt puur een hulpmiddel. Jongens reden ermee naar werk, naar markten, naar omliggende dorpen. Soms ontstond er onderweg een wedstrijdje om te kijken wie het langste kon volhouden. Niet uit ijdelheid, maar veel meer uit nieuwsgierigheid. En daar begon het, langzaam. Zo ontstond het wielrennen in Vlaanderen. Niet vanuit elegantie, maar vanuit pure noodzaak.
Goede Vlaamse renners waren er al vóór 1913, maar ze reden in de marge. De grote wedstrijden speelden zich af in Frankrijk. Parijs–Roubaix, Bordeaux–Parijs. Vlaamse renners deden mee, maar werden zelden gezien als favorieten. Ze waren hard, betrouwbaar, maar zeer onopvallend. De soigneurs kwamen niet uit Vlaanderen.
Een Vlaamse koers in een verdeeld land
België was – en is – geen homogeen wielerland. In Wallonië lag de nadruk meer op industrie en later op andere sporten. Wielrennen groeide daar minder diep in het dagelijks leven. In Vlaanderen daarentegen omarmde men de fiets als verlengstuk van zichzelf.
De Ronde van Vlaanderen was in die zin dan ook geen nationale koers, maar meer een regionale verklaring. Initatiefnemers Karel Van Wijnendaele en Sportwereld hadden het idee om Vlaanderen te tonen zoals het was: ruw, volhardend. Helemaal niet gericht op schoonheid of elegantie zoals dat meer is in Frankrijk en Italië, maar veel meer gericht op pure doorzettingsvermogen.
Dat zorgde vanaf het begin al voor een duidelijke scheidslijn en een eigen identiteit. Waar Waalse koersen meer open en glooiend waren, werd de Ronde smal, hoekig en zwaar. Vlaanderen keek niet naar Frankrijk of Wallonië, maar naar zichzelf.
1913–1914: een voorzichtig begin
De aller eerste editie van de Ronde van Vlaanderen ging van start in 1913. 37 renners hadden zich ingeschreven. Voor die tijd een respectabele opkomst. Zestien van de deelnemers bereikten uiteindelijk de finish. Deze eerste editie, over een afstand van 324 kilometer, werd gewonnen door Paul Deman, een Vlaming. Dat was geen toeval, maar een bevestiging. Het parcours van de Ronde paste perfect bij de Vlaamse renners. De route liep namelijk over de slechte wegen van het Vlaamse achterland. Veel onverhard of over kasseienstroken. Iets wat de Vlaamse renners gewend waren. Voor buitenlanders was dit een compleet nieuwe manier van wielrennen. Er werd niet gekoerst op snelheid, maar op overleving. In dat opzicht was het veel meer een endurance race.
In 1914 volgde een tweede editie. De koers groeide naar 48 deelnemers. Daarna viel de stilte.
De Eerste Wereldoorlog: koers in onderbreking
Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (1914–1918) kwam de Ronde tot stilstand. Wegen werden vernield, dorpen bezet, jonge mannen verdwenen naar het front. Wielrennen werd onbelangrijk, bijna ongepast.
Toch bleef de Ronde bestaan als idee. In verhalen, in herinneringen. Paul Deman, de winnaar van de eerste editie, werd tijdens de oorlog actief als koerier voor het Belgische verzet. Wielrennen en werkelijkheid liepen hier in elkaar over: renners waren geen sporthelden, maar overlevers.
In 1919, kort na het einde van de oorlog, keerde de Ronde terug. Dat moment was symbolisch. Vlaanderen reed weer. Het was niet om te vieren, maar om door te gaan. De oorlog achterlatend.
De jaren 20 en 30: Vlaamse helden ontstaan
In de jaren twintig en dertig groeide de Ronde gestaag. Renners als Romain Gijssels en vooral Achiel Buysse, winnaar in 1931, 1932 en 1933, gaven de koers gezichten. Buysse werd geen held door bravoure, maar door herhaling. Steeds verscheen hij weer aan de start.
De Ronde groeide naar een jaarlijkse afspraak. Dat zat ‘m niet in grootse aankondigingen of posters, maar gewoon als een lokale verwachting. Langs de weg stonden arbeiders, boeren, families. De koers hoorde erbij, zoals de lente zelf. Een nieuwe traditie was geboren.
Na de Tweede Wereldoorlog: structuur en status
Na 1945 veranderde de wereld, en de Ronde veranderde mee. Wegen werden beter, materiaal betrouwbaarder. De koers kreeg meer structuur en werd beter georganiseerd. Maar hij verloor zijn identiteit, de zwaarte, niet. Integendeel zelfs.
Renners als Rik Van Steenbergen en Rik Van Looy domineerden in de jaren vijftig en zestig. Van Looy won de Ronde twee keer (1959, 1962) en gaf de koers internationale uitstraling. Vlaanderen had niet alleen een eigen wedstrijd, maar ook kampioenen die erbij pasten.

De Merckx jaren
In 1965 verschijnt Eddy Merckx voor het eerst aan de start van de Ronde van Vlaanderen. Hij is nog jong, en niet vastgezet in verwachtingen De koers laat hem toe, maar houdt afstand. Hij rijdt mee, kijkt, leert het ritme van dorpen en kasseien kennen.
In de jaren die volgen keert hij telkens terug. 1966, 1967, 1968. Merckx beweegt zich door het peloton met groeiend vertrouwen. Hij leert de Ronde steeds beter kennen. Zijn naam begint langzaam rond te zingen.
De lente van 1969 brengt zijn eerste overwinning. Merckx is dan al een grote renner. Vlaanderen neemt zijn overwinning aan, zonder verrassing, alsof het moment al langer onderweg was.
Daarna volgen jaren waarin hij blijft terugkeren. 1970 tot en met 1974. Elk voorjaar opnieuw dezelfde start, dezelfde wegen, dezelfde verwachtingen langs de kant. Merckx rijdt voorin, soms dichtbij, soms verder weg. Maar hij weet niet te winnen. Dat zegt veel over de zwaarte van de koers, want in die periode wint Merckx alles; de Tour, de Giro en heel veel eendagskoersen.
In 1975 is hij er weer. Tegen het einde van de dag komt Merckx opnieuw als eerste over de streep. Zes jaar zijn voorbijgegaan, de koers is dezelfde gebleven.
De laatste keren volgen in 1976 en 1977. Merckx rijdt mee door het landschap dat hem inmiddels kent. Zijn plaats is anders, maar zijn aanwezigheid vertrouwd. De Ronde neemt afscheid van een groot kampioen. Zonder ceremonie, maar klein en ingetogen.
De jaren 80 en 90: identiteit verstevigd
In de jaren tachtig en negentig werd de Ronde definitief een monument. Renners als Johan Museeuw (winnaar in 1993, 1995 en 1998) belichaamden de Vlaamse wielercultuur. De koers werd harder, scherper, maar ook duidelijker in wat ze verlangde.
De Muur van Geraardsbergen, vanaf de jaren zeventig een vaste waarde, groeide uit tot het middelpunt van de ronde. Hier werd niet alleen gekoerst, hier werd onderscheid gemaakt tussen de jongens en de mannen.
De 21e eeuw: de traditie wordt hervormd
Vanaf 2000 veranderde het wielrennen snel. Meer data, meer snelheid, meer internationalisering, meer modernisering. De Ronde paste zich aan, maar bleef zichzelf. De finale verschoof, de Muur verdween in 2012 uit het parcours, maar de ziel bleef intact.
Tot 2011 lag het zwaartepunt van de koers rond Meerbeke, met de Muur van Geraardsbergen als herkenbaar ijkpunt. Vanaf 2012 werd het parcours aangepast. De aankomst bleef in Oudenaarde en de finale concentreerde zich rond de Oude Kwaremont en Paterberg, met een kortere en intensere slotfase.
De Muur verdween daarbij volledig uit de wedstrijd. De koers werd compacter, beter te volgen en explosiever in de finale. De kasseien bleven bepalend, positionering werd nog belangrijker en fouten bleven direct voelbaar.
In 2017 keerde de Muur van Geraardsbergen terug in het parcours, niet meer als beslissende klim, maar als passage eerder op de dag.
Winnaars als Tom Boonen (2005, 2006, 2012), Fabian Cancellara (2010, 2013), Mathieu van der Poel (2020, 2022) en Tadej Pogačar (2023) toonden elk op hun manier respect voor de koers.

Hoe de Ronde vandaag de dag wordt beleefd
In de 21e eeuw is de Ronde van Vlaanderen veel meer dan een wielerwedstrijd. Ze is uitgegroeid tot een cultureel moment. Vlaanderen staat stil. Cafés lopen vol, wegen sluiten, gesprekken beginnen vroeg. De koers wordt niet alleen gekeken, maar beleeft en gedeeld.
Misschien is dat de grootste kracht van de Ronde. Dat ze is meegegroeid zonder haar oorsprong te verloochenen. Ontstaan uit armoede, gevormd door arbeid, gedragen door traditie.
De Ronde leeft. Elk jaar opnieuw.
Check onze wielershirts.









